Beroeps(z)eer aan de Zuidas: ‘Een advocaat is geen handelaar in juridische foefjes’

Helaas, bij aanvang van de door de Universiteit van Amsterdam georganiseerde bijeenkomst Beroeps(z)eer aan de Zuidas gaat de angel er al uit: auteur Hubert-Jan van Boxel van het spraakmakende boek De groenteboer uit Den Haag is wegens ziekte niet aanwezig. En dus kan een vertegenwoordiger van een groot advocatenkantoor en de Orde de verwijten van Van Boxel nauwelijks weersproken afdoen als ongenunanceerd, niet representatief en zwaar vertekend.

Door Lucien Wopereis

De organisatie heeft het probleem voor een deel opgelost door interviewfragmenten met Van Boxel van Radio1 te gebruiken. De boodschap van Van Boxel mag inmiddels als zijnde bekend worden verondersteld: het draait bij de grote advocatenkantoren aan de Zuidas alleen om geld en macht. Het is volgens Van Boxel een ziekmakend gesloten systeem, waarbij het als partner niet gaat om de kwaliteit van je werk, maar enkel om het behalen van omzettargets. En dat gaat gepaard met misstanden: eindeloos ellebogenwerk, schrijven met de vork.

Rolinde Hoorntje van het schrijverscollectief Zo Zuidas wordt als klokkenluider van de Zuidas op het podium geïntroduceerd, maar die spreekt dat meteen tegen. Ze is al een tijd weg van de Zuidas – Hoorntje is nu journalist bij NRC – en het schrijverscollectief Zo Zuidas heeft volgens haar altijd geprobeerd met een positieve insteek en humor te schrijven over de Zuidas. “Ons blog en onze boeken waren meer bedoeld om gelijkgezinden een hart onder de riem te steken.”

Hoorntje is het wel met Van Boxel eens dat er bij de grote kantoren een perverse prikkel uitgaat van het grote geld. Werk werd door partners met een FYI over de heg gedonderd, je moest als stagiaire maar zien wat je er mee deed. Alles in orde, zolang de omzet maar werd gehaald. Het zorgde – in combinatie met het regelmatig nogal geestdodende werk – voor een “zingevingsprobleem” bij de dames van het schrijverscollectief.

Evert-Jan Henrichs van De Brauw Blackstone Westbroek - de beoogde nieuwe deken in Amsterdam - kan zich niet vinden in het boek van Van Boxel. “De grote kantoren verdienen meer nuancering en relativering dan Van Boxel heeft kunnen opbrengen. Ik had het in een kantoor zoals Van Boxel beschrijft geen 35 jaar uitgehouden, en ik had het ook niet willen uithouden.”

Volgens Henrichs zijn grote organisaties een soort microkosmos waar nu eenmaal ook “ongelukkige dingen en ontsporingen” gebeuren. “Zet je incidenten op een rij, dan kun je er inderdaad een boek mee vullen. Maar het is niet representatief en zwaar vertekend, en het houdt ook geen rekening met het zelfreinigend vermogen van kantoren.”

Murk Muller, advocaat en auteur van het boek Met plezier advocaat zijn, neemt het op voor Van Boxel. De groenteboer uit Den Haag is volgens hem een schokkend boek, zelfs als het misschien maar voor een klein deel waar is. Muller pleit voor een herwaardering van de beroepseer en de eed: “Een advocaat is een ambachtsman, en geen handelaar in juridische foefjes. Dat betekent geen ambulance chasing, maar wachten tot het grint knerpt. Het betekent ook dat de advocaat zijn cliënt tot de orde roept als dat nodig is. Doet hij dat niet, dan doet hij afbreuk aan zijn maatschappelijke rol.”

Winstmaximalisatie
Voormalig deken Jan Loorbach wijst er op dat Van Boxel schrijft over de spanningen die zich nu eenmaal voordoen in een productieve gemeenschap. Die kunnen zich in alle sectoren voordoen, en het is ook zeker niet beperkt tot de Zuidas. Maar volgens Loorbach is het door Van Boxel bekritiseerde streven naar winstmaximilsatie helemaal niet slecht omdat het disciplinerend werkt, al zitten er ook gevaren aan vast: partners die aan de stress onderdoor gaan, of rare dingen gaan doen om gestelde doelen te halen.

Loorbach heeft ook andere kritiek op Van Boxel. De weigering om te werken met omzettargets noemt hij “kortzichtig”. En vilein: “Het boek heeft een nogal notariële schrijfstijl. Maar op pagina 181 staat een zin die ik zelf had willen verzinnen: ‘Mijn achilleshiel zat tussen mijn oren.’”

Tijdens de afsluitende discussie met de zaal krijgt de voormalig landelijk deken de vraag voorgelegd of hij tijdens zijn loopbaan zelf commercieel onder druk heeft gestaan. “Ik was niet de koning van de leverage. Dat is wel eens aan de orde geweest.” Dagvoorzitter Iris van Domselaar stelt daarop dat Loorbach even duidelijk moet maken aan de zaal wat leverage precies is. “Dat je als partner zes jonge advocaten onder je aan het werk hebt, en zelf rustig kunt gaan golfen.”

    | Mail de redactie | Print