Boudewijn Smit over zijn eerste pleidooi: ‘De bef met mijn initialen ligt in mijn bureaula’

In de rubriek Mijn eerste pleidooi vertellen advocaten over de allereerste keer dat ze in de rechtbank het woord mochten voeren. Voor de één was dat vorige maand en voor de ander al decennia geleden, maar de meeste advocaten kunnen zich hun eerste pleidooi nog levendig herinneren. Dit keer het debuut van Boudewijn Smit (NautaDutilh), die na zijn eerste proceservaring héél zeker wist dat hij niet thuishoort in de rechtbank.

Door Ronne Theunis

Boudewijn Smit
Advocaat Banking & Finance bij NautaDutilh en voorzitter van juridisch LHBT-netwerk FORWARD
Beëdigingsdatum: 12 augustus 2015

De zaak
“Mijn eerste zaak was een schadestaatprocedure, die ik vanuit het opleidingsprogramma van NautaDutilh kreeg toegewezen. Mijn cliënten hadden een stuk grond gekocht van een projectontwikkelaar, om daar een twee-onder-een-kapwoning op te bouwen. Omdat de grond vervuild bleek en dus gesaneerd moest worden, liepen cliënten veel vertragingsschade op, onder andere door het huren van een vervangende woning. De wederpartij ontkende alle aansprakelijkheid, waardoor een eerdere schikkingspoging niet geslaagd was. In overleg met mijn begeleider startte ik daarom een schadestaatprocedure, met de intentie om bij winst alsnog te kunnen schikken.

Tijdens mijn studie had ik alleen stage gelopen op transactiepraktijken en ik had nog nooit een zitting meegemaakt. Inhoudelijk was dit niet zo’n heel complexe zaak, want de aansprakelijkheid leek mij evident en ik was goed voorbereid. Maar omdat ik tot dat moment nog nooit een rechtbank van binnen had gezien, vond ik mijn procesdebuut toch behoorlijk spannend.”

Levensbelang
“Mijn begeleider was op de dag van de zitting verhinderd, dus voor morele én praktische steun vroeg ik mijn kamergenoot en mede-stagiaire mee te gaan. Zij was hardcore procesadvocaat en had ook gewerkt als buitengriffier, dus ze wist precies hoe het er in de rechtbank aan toeging. In de trein van Amsterdam naar Arnhem – tijd zat – vroeg ik haar daarom het hemd van het lijf.

Ik maakte me vooral zorgen om de logistiek. Die dag droeg ik voor het eerst de bef – met mijn initialen erop – die ik voor Kerst van mijn vriend had gekregen. Maar trek je je toga aan waar iedereen bij is, of doe je dat op het toilet? En wat zeg je tegen de tegenpartij als je die op de gang tegenkomt? Waar moet ik gaan zitten in de rechtbank? Ik had geen idee.

Mijn kamergenoot kwam nog met allerlei nuttige tips als ‘jasje uit onder je toga’ en ‘pas op met je wijde mouwen en je glas water’. Simpele dingen, maar van levensbelang als je ondanks totale onwetendheid een professionele indruk wil maken. Ik had namelijk ook niet aan mijn cliënt verteld dat dit mijn allereerste keer in de rechtbank zou zijn.”

Het pleidooi
“Mijn rol bleek uiteindelijk beperkt. De rechter liet vooral de partijen zelf aan het woord, wat ik wel comfortabel vond. Als rechters rechtstreeks met cliënten communiceren, passen ze daarop ook hun taalgebruik aan. Daar profiteerde ik ook van, omdat ik zo nog beter op de zaak kon inspelen. Het viel me op hoe ontspannen het er eigenlijk aan toeging, mede door de laagdrempelige rechter liepen de spanningen niet heel hoog op. Wat dat betreft viel het me 100% mee, maar dat eindeloze discussiëren over wie er gelijk heeft, vond ik maar niks.”

In mijn element
“Waar mijn hart wél sneller van ging kloppen, was het moment dat de rechter ons naar de gang stuurde om te kijken of er toch nog een schikking in zat. Waar de rechtbank voor procesadvocaten het summum is, kwam ik daarbúiten pas echt in mijn element. Onderhandelen, kijken of je samen tot een oplossing kan komen waarbij je niet alleen plat geld heen en weer schuift, creatief zijn, in the heat of the moment een alternatief verzinnen: dat vond – en vind – ik ontzettend leuk.

Juist omdat mijn begeleider er niet bij was, voelde ik me tijdens de onderhandeling de dominus litis (meester van het proces): ik bepaalde de volgende stappen. Helaas wilde de wederpartij echt niet toegeven, dus hebben we uiteindelijk toch om vonnis gevraagd. Zoals verwacht stelde de rechter toen de aansprakelijkheid van de wederpartij vast en zijn we daarna heel snel alsnog tot een schikking gekomen.”

Evaluatie
“Deze zaak was een bevestiging van wat ik allang wist: ik ben niet gemaakt voor procesrecht. Mijn passie ligt bij de transactiepraktijk, waar ik niet de nadruk hoef te leggen op het conflict, maar juist op zoek ga naar oplossingen die werken voor beide partijen. De verantwoordelijkheid die ik daar op de gang voor het eerst voelde, spreekt me nog steeds enorm aan in mijn vak. Ik vind het leuk om cliënten bij de hand te nemen en samen te kijken waar we met de wederpartij tot overeenstemming kunnen komen. Na deze zitting wist ik dan ook zeker dat ik verder wilde als transactie-advocaat.

Mijn procesdebuut was een waardevolle ervaring, maar op de verplichte zittingen voor opleidingspunten na, ben ik niet meer teruggekeerd naar de rechtbank. De bef met mijn initialen ligt in mijn bureaula. Amper gedragen, maar zeer gekoesterd!”

    | Mail de redactie | Print