Column: Achter de stoof? Dat nooit!

Toen ik student-stagiaire bij Nauta was, mocht ik mee naar een kort geding in Haarlem. Waar het over ging ben ik vergeten, maar ik herinner me de zinderende spanning, de verbroedering met de cliënt, het gevoel dat wat hier gebeurde van onnoemelijk belang was. Na afloop – de adrenaline vloeide nog rijkelijk door onze aderen – nam de cliënt ons mee voor een lunch bij hem thuis.

Door Trudeke Sillevis Smitt

Zijn vrouw dekte de tafel, er was kindergedruis. Er kwam bruin brood op tafel, en hagelslag. Boterhammen? Hagelslag? Hoe gewoon! En wat deed die vrouw daar achter de stoof? Ik had met haar te doen. Ik wist het zeker: ik wilde advocaat worden, en achter de stoof – nooit van mijn leven.
 
Zo’n zes jaar later – ik had er inmiddels vijf jaar Nauta op zitten – kreeg ik zelf een kind. Natúúrlijk bleef ik werken! In mijn herinnering was het in die tijd elke dag mooi weer. Ik hees me in mijn advocatenpakje, terwijl de oppas in spijkerbroek aan kwam lopen. Ik zette een pomp aan mijn borst terwijl zij de kinderwagen alvast in de tuin zette. Ik hield dat verrukkelijke baby’tje nog een keer tegen me aan, om het vervolgens voorzichtig aan de oppas over te dragen. Met tegenzin stapte ik op de fiets.

Niet dat de dagen thuis gemakkelijk waren. Als je gewend bent elk kwartier van de dag te verantwoorden wat je presteert, hoe kom je dan de dag door als er niets uit je handen komt? Je doet een boodschapje, en gaat paardjes kijken bij de manege. Je hannest met speen in, speen uit, speen in. En daar ben je de hele dag druk mee. De dag is lang, soms komen de muren op je af. Je belooft jezelf plechtig dat je morgen echt de was zult vouwen.
 
Toen de tweede was geboren, besloot ik te stoppen met werken. De jaloezie op de oppas was erger geworden dan de drang een urenlijst in te vullen. Mijn bazen begrepen er niets van. Eentje suggereerde dat ik eerst de hormonen van de bevalling maar eens moest laten uitwerken, en dan verder kijken. Maar dat was niet nodig.
 
Want vanaf dat moment bleven de muren rustig staan waar ze stonden. Als mijn kinderen een goede dag hadden, had ik die ook. Geld was een issue, maar ik smeerde met plezier bruine boterhammen met hagelslag. Er was overgave, het gevoel niets te hoeven missen. Aan de urenlijsten dacht ik met een bevreemd glimlachje terug.
 
Inmiddels zijn die peutertjes van toen volwassen kerels. Was ik verder gekomen als ik indertijd niet was gestopt? Dat is maar hoe je het bekijkt. Een paar jaar er tussenuit hoeft niet het einde te zijn van je carrière. Je kunt vast wel terug, maar je kiest opnieuw. Ik doe nu iets wat ik nog leuker vind dan advocaat zijn. Maar eerlijk is eerlijk: qua status en geld ben ik er zacht uitgedrukt niet op vooruit gegaan.
 
Als je dat treurig vindt luidt mijn advies: werk vooral door. Als je er het relatieve van inziet, zou ik zeggen: emancipatie is kiezen voor het leven dat je wilt.

    | Mail de redactie | Print