Het nut van de HBO-rechtenopleiding moet nog blijken

Bijna tachtig procent van de afgestudeerde hbo-juristen doet een vervolgopleiding of is dat van plan, vertelt voormalig advocaat en docent aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys Suzanne de Rooij in een interview met Rechtenstudie.nl. De Rooij doet in haar proefschrift De positionering van de hbo-jurist in de wereld van de klassieke juridische beroepen onderzoek naar het werkveld van de hbo-jurist. "De hbo-rechtenopleiding richt zich op de leemte tussen de juridische secretaresse en de academicus. De vraag is alleen: wat wil de hbo-jurist zélf?"

De Rooij is halverwege haar proefschrift. De voorlopige conclusies die ze tot nu toe heeft getrokken zijn gebaseerd op een enquête waaraan 334 alumni van hbo-rechtenopleidingen hebben deelgenomen. Haar volgende stap is een serie diepte-interviews. Een van De Rooij’s meest opvallende onderzoeksconclusies is dat maar liefst 78 procent van de hbo-juristen een vervolgopleiding doet of dat tijdens de hbo-opleiding van plan is, hoewel hbo-juristen zelf zeggen dat hun opleiding goed aansluit op de arbeidsmarkt.

Als zo’n groot percentage hbo-rechtenstudenten doorstroomt naar de universiteit, is het dan geen overbodige opleiding?
Nee. Het kan best zijn dat ik dat over twee jaar concludeer, dat sluit ik niet uit. Maar vooralsnog denk ik dat niet. Hbo-juristen gaan vaak werken bij de overheid en gemeente, en die hebben ze heel hard nodig. Hetzelfde geldt voor de rechtsbijstandsector. Een groot deel van de arbeidsmarkt is enthousiast over de komst van de hbo-jurist. De hbo-rechtenopleiding richt zich op de leemte tussen de juridische secretaresse en de academicus. De vraag is alleen: wat wil de hbo-jurist zélf? Wil die wel meteen de arbeidsmarkt betreden, of wil die graag doorstuderen? Ook moet onderzocht worden hoe de situatie is bij vergelijkbare brede opleidingen; wellicht waren bij de start van andere brede opleidingen ook veel doorstromers.

Er speelt ook nog iets anders: het salaris. Tijdens het Hbo-Rechtencongres hoorde ik het publiek zeggen dat een afgestudeerde hbo-jurist begint met een bruto starterssalaris van 2000 euro bruto. Universitair afgestudeerde juristen beginnen bij 2900 euro.
Ja, dat speelt zeker een rol. Overigens was dat maar één voorbeeld. Plus, als afgestudeerde hbo’ers een Master willen volgen, hoeven ze er maar twee jaar aan vast te plakken. En, vergeet niet: de studenten die van de HAVO komen zijn heel jong als ze afstuderen, zo rond de 21 jaar.

Verwelkomt de advocatuur de komst van de hbo-jurist?
De advocatuur laat een wisselend beeld zien. Sommige grote kantoren hebben al een aantal hbo-juristen in dienst. Banning advocaten heeft zelfs een nieuwe functie gecreëerd voor de hbo-jurist: die van advocaat-assistent. Dat kantoor is heel enthousiast over de hbo-rechtenopleiding. Maar andere advocatenkantoren hebben geen idee wat ze met een hbo-jurist moeten.

Richard Susskind voorspelt voor de toekomst een diverse reeks nieuwe functies binnen de advocatuur. Verwacht u dat de mogelijkheden van de hbo-jurist op de arbeidsmarkt straks groter worden?
Ik denk dat het nog wel enige tijd gaat duren voordat Susskind’s voorspelling werkelijkheid wordt. De advocatuur is een heel traditionele wereld, ik verwacht niet dat die snel zal veranderen. Een probleem is trouwens dat er onder studenten en in het algemeen zoveel aandacht is voor de advocatuur, terwijl het juridische werkveld heel breed is en maar een klein percentage van de studenten uiteindelijk advocaat wordt. Ook hbo-rechtenstudenten hebben vaak het stoere togabeeld voor ogen, terwijl we ze niet daarvoor opleiden.

In welke beroepssectoren komen hbo-rechtenstudenten na hun opleiding – en eventueel universitaire vervolgopleiding – terecht?
Van de respondenten is twaalf procent werkzaam in de advocatuur, acht procent is werkzaam in de rechterlijke macht. Het grootste deel is werkzaam in de categorie “overig”, te weten 77,4%. Van dit percentage gaat 24 procent werken bij de gemeente. Twaalf procent krijgt een baan bij een rechtsbijstandverzekeraar, acht procent gaat werken voor de (overige) overheid, acht procent in het bedrijfsleven en zeven procent bij een deurwaarderskantoor. Kleinere percentages hbo-studenten komen terecht bij onder meer onderwijsinstellingen en juridisch adviesbureaus. Een heel klein percentage, 2,6 procent, gaat aan de slag in het notariaat.

Dat laatste is opvallend. Hoe verklaart u dat?
Door de kredietcrisis. Het KNB is in beginsel bijzonder enthousiast over de hbo-jurist. In 2009 is er zelfs een exclusieve samenwerking tot stand gekomen tussen de Stichting Opleiding Medewerkers in het Notariaat en de Juridische Hogeschool Avans-Fontys. Gezamenlijk hebben zij twee opleidingen ontwikkeld De opleiding tot notarisklerk wordt hierdoor een juridische hbo-opleiding. Door de crisis is de start van de opleiding met een jaar uitgesteld. Het enthousiasme in het notariaat is er wel, maar door de economische crisis is de vraag in één klap verdwenen. Ik verwacht dat het weer terugkomt nadat de economie is hersteld.

Wat vindt u tot nu toe de meest opmerkelijke onderzoeksconclusies?
Wat ik zelf heel opvallend vind, is het percentage rechtenstudenten dat van het VWO komt: 9% van de respondenten van de enquête heeft als vooropleiding VWO. Verder valt op dat er van de respondenten weinig juristen werkzaam zijn bij incassobureaus. Beide zaken dienen nader onderzocht te worden. Ten slotte valt mij op het lage percentage allochtonen onder de geënquêteerden. Als je kijkt naar de gegevens van de Hbo-Raad voor wat betreft het aantal inschrijvingen dan blijkt het aantal allochtone studenten steeds ruim 40 procent te zijn geweest. Maar uit mijn enquête blijkt dat maar 10 procent niet in Nederland is geboren en dat van slechts 19 procent een van de ouders in het buitenland is geboren. Dat lijkt heel weinig. Dit kan toeval zijn – misschien waren de respondenten toevallig vooral autochtoon – of er vallen tussentijds veel allochtonen uit. Dat moet nog blijken uit het vervolg van mijn onderzoek.


    | Mail de redactie | Print