Kantoor & Universiteit: Houthoff Buruma

Deze week het derde deel van een serie met het thema Kantoor & Universiteit. Wie zijn de hoogleraren en docenten van de top-12 kantoren? Lees welke partners, medewerkers en adviseurs ook een wetenschappelijke carrière hebben. Deze week: Houthoff Buruma.

Universiteiten zijn de kweekvijvers van de advocatuur. Juist in deze tijd waarin de 'batlle for the brightest' steeds feller wordt gevoerd is het cruciaal voor (grote) kantoren om vooraan te staan bij het rekruteren van high potentials. De koninklijke weg hiertoe is sinds jaar en dag het bekleden van leerstoelen door de partners van kantoor. Maar niet alleen partners onderhouden de warme en belangrijke banden tussen kantoor en universiteit: ook adviseurs en medewerkers zijn veelvuldig te vinden in de collegezalen als professor of als docent. Hieronder is voor het eerst in kaart gebracht wie waar wat doceert. Tenzij anders vermeld gaat het om posities als hoogleraar.

Houthoff Buruma

Partners

  • Jan-Michiel Hebly: Leiden, Bouwrecht (bijzonder hoogleraar)

  • Adviseurs
  • Ben Schueler: Amsterdam UvA, Publiekrecht

  • Gerard Kamphuisen, Nijmegen Verzekeringswetenschappen

  • Leerstoelen en docentschappen

  • Aantal leerstoelen: 3

  • Aantal docentschappen: niet bekend
  • Even voorstellen: Jan-Michiel Hebly
    De enige 'echte' Houthoff-professor bekleedt een dag in de week de bijzondere leerstoel Bouwrecht (gefinancierd door het Instituut voor Bouwrecht) aan de Universiteit Leiden. Zijn oratie 'Bouwrecht in het Geding' verscheen tevens in boekvorm. Hij is partner bij HB sinds 2000. Hij is bijzonder actief als publicist: Hebly is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift Aanbestedingsrecht, lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Bouwrecht en columnist bij Cobouw en het Financiele Dagblad. Is het niet gewoon een rommeltje in aanbestedingsland? Hebly: "Ja, eigenlijk wel. Dat blijft ook zo tot 2008 als de nieuwe algemene wet op overheidsaanbestedingen van kracht zal worden."

    Opmerkingen
    Dat Houthoff een leerstoel bekleedt in het bouwrecht/aanbestedingsrecht mag geen verassing heten gezien de prominente positie van het kantoor op dit rechtsgebied. Vergelijken we de positie van HB echter met die van bijvoorbeeld concurrent De Brauw valt de fundamentele ongelijkwaardigheid op wat betreft de vertegenwoordiging in de academische wereld: De Brauw heeft maar liefst acht professoren in de gelederen waarvan drie op het terrein van de core business ondernemingsrecht. Ook concurrenten als Stibbe en Boekel de Nerée zijn aanmerkelijk sterker vertegenwoordigd op 's lands universiteiten dan HB. Hier speelt mogelijk een rol dat HB een vrij recente constructie is (1999) en dat de fusiepartners van destijds, Houthoff en Buruma & Maris, relatief te klein waren voor een sterke academische vertegenwoordiging en/of hieraan minder belang hechtten.

        | Mail de redactie | Print