Wat doe jij voor de kost? Hoogleraar-directeur Kaspersen

In de serie 'Wat doe jij voor de kost?' deze keer een interview met professor Kaspersen, hoogleraar-directeur van het Computer/ Law Institute van de Vrije Universiteit. In verband met het Cybercrimeverdrag 2001 was hij adviseur van de Minister van Justitie en adviseur van de Raad van Europa.

Wat doet u voor de kost?
"Ik ben hoogleraar-directeur van het Computer/Law Institute van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Verder ben ik voorzitter van de Ondernemingsraad van de VU."

Wat houdt de functie van hoogleraar-directeur precies in?
"Het instituut doet onderzoek. Daar geef ik leiding aan. Daarnaast hebben wij als Afdeling een onderwijstaak, vooral ten behoeve van de master Informatica en Recht"

Hoe ziet een doorsnee werkdag eruit?
"Ligt er aan wat ik moet, wat er gepland staat. Het doen van onderzoek, het geven van colleges of lezingen en niet te vergeten het deelnemen aan vergaderingen".

Hoe ziet u loopbaan er tot nu toe uit?
"Ik ben wat men noemt een late roeping. Mijn eerste studie heb ik af moeten breken door ziekte. Daarna ben ik het bedrijfsleven ingegaan en heb een carrière in de IT gemaakt. Op een gegeven moment ben ik Rechten gaan studeren. Op mijn 40ste heb ik mijn bul behaald. Ik ben vervolgens onderzoek gaan doen bij de VU. Sinds 1991 ben ik daar hoogleraar.

Behalve dat ik onderzoek doe op verschillende onderdelen van het vakgebied IT en Recht, houd ik mij in het bezig met allerlei juridische aspecten van het onderwerp Cybercrime. Tussen 1991 en 2001 was ik voorzitter van drie achtereenvolgende expert comités van de Raad van Europa. Dit resulteerde onder meer in het Cybercrimeverdrag 2001 en het eerste additionele protocol van 2003. In verband daarmee treed ik op als adviseur van de Minister van Justitie en als adviseur van de Raad van Europa.

Verder ben ik van 1991 tot 2002 ook voorzitter geweest van de redactie van het vaktijdschrift Computerrecht. Op dit moment lever ik nog steeds een bijdrage als redactielid. Ik ben ook lid van de redactieraad van het vaktijdschrift 'Privacy en informatie'.

Over zo'n anderhalf jaar ga ik met pensioen."

Hoe heeft u zich destijds georiënteerd op de arbeidsmarkt?
"Kijken, rondvragen, advertenties er op nalopen, gesprekken hebben met mensen. Het verliep veel informeler dan tegenwoordig. We hadden toen nog niet van die speciaal georganiseerde banenmarkten. Je ging gewoon op de mensen af. Zo bouwde je ook een netwerk op, waar je later op kon terugvallen.

Eerst heb ik gekeken of ik de advocatuur in wilde. Maar uiteindelijk bleek ik meer belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek te hebben. De zoektocht naar mijn huidige baan was ook heel informeel. Ik heb gebruik gemaakt van de contacten die ik al had."

Heeft u al enig idee wat u hierna zou willen gaan doen?
"Gezien de korte tijd tot mijn pensioen, blijf ik gewoon zitten waar ik nu ben. Ik ben op dit moment nog een jaar voorzitter van de Ondernemingsraad van de VU. Daarna blijf ik nog als hoogleraar verbonden aan de VU om alles af te ronden en eventueel over te dragen aan mijn opvolger, als die dan bekend is."

Heeft u nog tips voor rechtenstudenten die zich willen oriënteren op de arbeidsmarkt?
"Wakker blijven! Het is goed om informele contacten te leggen. Je hoort zo meer dan de dingen die je in een advertentie leest. Verder is het leerzaam om een stage te doen. Als de gelegenheid zich aanbiedt tenminste. Verder is naar het buitenland gaan ook een aanrader. Dit is zowel goed voor je netwerk als je carrière.

Ik ben toen eerst zelf op zoek gegaan. Het was toen makkelijker om je te oriënteren. Nu zijn de banen schaars en is de sollicitatieprocedure ook moeilijker. Je hebt veel te maken met assessments. Er wordt veel meer gevraagd van beginnende mensen. Men probeert zoveel mogelijk te selecteren uit wat men heeft. Er wordt niet over één nacht ijs gegaan. De afgelopen tijd is het over het algemeen gewoon zwaarder geworden dan vroeger."

Is er een groot verschil tussen de studenten van toen en nu?
"Je groeit zelf natuurlijk ook mee. De studenten van tegenwoordig zijn anders. Maar in mijn tijd waren wij 'de studenten van tegenwoordig'. In mijn studietijd ging het niet om tempo en alles vlug-vlug afronden. Het ging meer om de academische vorming. De huidige opleidingen leggen door hun compactheid een verkeerde druk op de studenten. De veranderingen in het onderwijs van de afgelopen tijd zijn niet gunstig geweest voor de academische vorming gedurende de studie. Studenten missen vaardigheden die ze in de praktijk wel nodig zullen hebben. Bijvoorbeeld taal. Voor de studie Rechten is taal een belangrijk instrument. Sommige studenten hebben tegenwoordig aanvullende taalcursussen nodig. Het is een beetje merkwaardig dat de universiteit die moet aanbieden.

Tegenwoordig moet alles passen in het studietempo, het strakke schema voor studenten. Maar als je daarnaast nog tijd overhoudt, dan kan ik een bijbaantje zeker aanbevelen. Want studeren is niet alleen in de boeken kijken. Een bestuursfunctie kan studievertraging met zich meebrengen. Sommigen kunnen dat hebben en anderen niet."

    | Mail de redactie | Print